Vergeten traditionele patiowoningen in Guinee-Bissau
Een aantal jaren geleden accepteerde de Unesco het handjevol overgebleven traditionele ronde patiowoningen in het zuiden van Senegal op de voorlopige wereldmonumentenlijst. Hoe interessant deze cultuurhistorische objecten ook zijn, de meeste verkeren niet echt meer in originele staat, laat staan dat ze nog op traditionele wijze worden bewoond. De erkenning van zijn monumenten wordt Senegal graag gegund. Maar het is wonderlijk vast te stellen dat vlakbij, in een buurland, zich enkele honderden van dergelijke patiowoningen bevinden waar niemand weet van lijkt te hebben. Kennelijk zijn ze bij de internationale gemeenschap van cultuurdeskundigen in het vergeetboek geraakt. Omdat ook Guinee-Bissau in de greep van het moderne leven gaat geraken, dreigt deze schat aan antropologische en architectonische monumenten te verdwijnen zonder behoorlijk gedocumenteerd te zijn.
Guinee-Bissau, een voormalige Portugese kolonie, is een van de armste landen van de wereld. Het is klein en leeft van de export van cashewnoten, vooral naar Azië. Er is geen elektriciteitsnet, geen industrie en weinig infrastructuur. Georganiseerde gezondheidszorg is rudimentair en de voorzieningen voor voortgezet onderwijs zijn zeer beperkt. Vanwege dat laatste is er weinig geschoold kader om het land op te bouwen. Het beschrijven van de eigen geschiedenis en cultuur is dan ook een luxe die men zich niet of nauwelijks kan veroorloven. Omdat Guinee-Bissau schittert door afwezigheid in vele internationale organisaties en netwerken heeft het slechts zeer beperkte contacten met wetenschappelijke en culturele instellingen. Er zullen zeker buitenlandse universiteiten en instituten te vinden zijn die het land willen helpen met het in woord en beeld vastleggen van zijn erfgoed en cultuur. Zonder enige vorm van informatie of contact is het echter onmogelijk die solidariteit tot leven te wekken.
In het grote gebied West-Afrika wonen door elkaar heen enkele tientallen meer of minder verwante etnische groeperingen. De onderlinge grenzen tussen de staten staan daar los van. Die grenzen zijn niet het gevolg van culturele verschillen of natuurlijke barrières maar van het kolonialisme. Senegal was bijvoorbeeld Frans, Gambia Engels, Guinee-Bissau Portugees en Guinee-Conakry weer Frans. Dat naast en door elkaar heen leven van mensen met grotere en kleinere verschillen in ras en cultuur gebeurt al enkele eeuwen lang met een soort van bitterzoete vreedzaamheid. Dat wil zeggen dat men goed samenwerkt in het dagelijks leven en in het bestuur, maar tevens dat men elkaar met soms geestige plagerijtjes niet spaart. "Een Peul is snel van begrip, maar je moet het hem wel lang uitleggen" was onlangs in een Senegalese theaterproductie te horen.
In het zuiden van Senegal, in Casamance, horen grote ronde patiowoningen bij de cultuur van de Diola. Ze worden daar casumaral genoemd. In Guinee-Bissau vindt men ze in iets andere versies op het noordwestelijk gelegen eiland Pecixe, bewoond door Mandiacs. Een kleiner aantal, minder gevarieerd in vorm, valt te zien op het nabijgelegen vasteland dat door de Papel-stam wordt bevolkt. In bijna alle gevallen zijn deze uit leem opgetrokken cirkelvormige huizen met hun eveneens ronde binnenplaats gebouwd voor uit meerdere gezinnen bestaande families en bijbehorende huisdieren. Het aantal bewoners kon niet al te lang geleden nog oplopen tot meerdere tientallen. Alleen op Pecixe vindt men bij uitzondering ook patiowoningen voor slechts een beperkt aantal personen. Het bewonen van een dergelijk huis betekent dat men tot een belangrijke familie behoort, dat geldt voor alle drie de etnische groeperingen. Het hoofd van de familie is een man van aanzien die een clan, een nederzetting of een streek bestuurt. De relatief grote patiowoningen worden omringd door kleinere en meer sobere huizen en hutten. De rangschikking en de functies van de vertrekken in een casumaral vormen op de eerste plaats een uitdrukking van de relaties en de hiërarchie binnen de familie. Het belangrijkste vertrek is voor het hoofd van de familie. Er is een ruimte voor zijn vrouwen en inwonende getrouwde zonen hebben hun kamer. Daarnaast zijn er een keuken en een voorraadkamer. Soms vallen ook enkele vertrekken voor het vee aan te treffen. Als je een Diola vraagt waar deze markante vorm van wonen is ontstaan kijkt hij je verwonderd aan: "Hier, in Casamance, hoe kun je daaraan twijfelen?" Desgevraagd geven een Mandiac of een Papel in Guinee Bissau hetzelfde antwoord. Wie van hen heeft gelijk?
Sinds de erkenning door de Unesco verheugen de Senegalese patiowoningen zich in de belangstelling van zowel deskundigen als cultuurliefhebbers. Al enkele jaren werken bij tussenpozen docenten en studenten van de architectuurfaculteit van Barcelona aan hun beschrijving. Ook de reisgidsen en internetpublicaties over Senegal vermelden de patiowoningen als een bezienswaardigheid.
Maar hoe zit het met dat zo veel grotere en rijker geschakeerde arsenaal in Guinee Bissau? In 1948 hebben deskundigen en bestuurders op last van het Portugese koloniaal gezag een inventarisatie gemaakt van alle in Guinee Bissau voorkomende huisvestingsvormen. Ook in het begin van de jaren tachtig bestudeerden wetenschappers dit thema, ditmaal op initiatief van het Zweedse instituut voor ontwikkelingssamenwerking. In alle twee de gevallen resulteerden die studies in globale, maar degelijke publicaties. En in beide werken bieden de hoofdstukken over de Mandiacs van het eiland Pecixe en over de Papelbevolking op het nabije vasteland een goede introductie in het fenomeen van de patiowoningen. Maar dat is dan ook alles wat er is: twee beknopte introducties uit het verleden. Daarna een stilte die al meer dan een generatie lang voortduurt.
De Zweedse onderzoekers noemden in navolging van hun Portugese voorgangers deze vorm van huisvesting "patiowoningen", een tamelijk neutrale term. In Senegal is echter de uitdrukking "maison à impluvium" in zwang geraakt, vooral door verspreiding via de Franstalige reisgidsen. Om twee redenen lijkt deze benaming geen gelukkige keuze.
Op de eerste plaats vormen deze patiowoningen een van de meest treffende uitdrukkingen van wat Afrika qua hart en ziel zo uniek maakt. Als westerling zou je zeggen: de tegenzin om concessies te doen aan de beleving van het bestaan als eenheid. De Romeinse impluvium-villa, met zijn rationele verkaveling van functies, waarden en sferen, contrasteert daar sterk mee en is op zijn beurt een prachtige uiting van doelmatig analyserende westerse cultuur. Is het gebruiken van een aan een typisch Westers cultuurfenomeen ontleende term voor iets unieks Afrikaans niet op zijn minst gezegd onhandig? Op de tweede plaats suggereert de term impluvium dat de wenselijkheid van binnenregenen of iets dergelijks ten grondslag zou liggen aan de conceptie van de patio. Welnu, in deze streken valt er driekwart van het jaar geen druppel. De tropische buien in de overige maanden maken dat het handig is de patio van een opstaande rand te voorzien om het binnen droog te houden. Een ondergrondse buis om het water af te voeren doet vervolgens de rest. Maar dat zijn louter praktische voorzieningen. Men typeert de Champs Elysées toch ook niet door naar het vernuft van de dakgoten of het rioolstelsel te verwijzen? In tegenstelling tot de Romeinse bouwwerken heeft regen met de aanwezigheid en de betekenis van de patio hier niets van doen.
In alle gevallen zijn de patiowoningen uitgevoerd in een sobere traditionele bouwtechniek. De toegepaste materialen zijn:
Het gebruikte dakstro kan per streek of zelfs per dorp verschillen. De details van uitvoering zijn zelden ingenieus of bouwkunstig interessant. Decoraties zijn nagenoeg geheel afwezig. Om deze redenen lijken deze gebouwen van buitenaf bij een eerste kennismaking niet van grote architectonische of kunsthistorische waarde. Wel voegen ze zich door hun bescheidenheid en door het gebruikte materiaal op prachtige wijze in het groene landschap. Wat men ziet is een gesloten cilinder van leem met daarop een dak van stro, vaak wat verfomfaaid door het regenseizoen. Raam- of deuropeningen zijn bijna geheel afwezig. Pas in tweede instantie, na door een smalle deuropening een geheel eigen wereld betreden te hebben, openbaart zich het unieke karakter van deze architectuur.
De vertrekken die samen een ring vormen komen alle uit op een eveneens ringvormige galerij. Deze galerij omsluit op zijn beurt een patio waardoor licht binnenvalt. Die patio is rond en de diameter van de cirkel van de lichtopening varieert tussen ruim één en vijf meter.
In Guinee Bissau, vooral op Pecixe, vindt men ook patio’s die ovaal zijn of de vorm hebben van een afgeronde rechthoek. Op de galerij speelt zich een groot deel van het dagelijks leven af. Er wordt bijvoorbeeld eten gekookt, soms op meer plekken tegelijk vanwege de verschillende gezinnen. Ook ambachtelijke activiteiten zoals het spinnen van katoen of het repareren van visnetten vinden daar plaats. De alomtegenwoordige kinderen spelen er en hier en daar mijmert een oudje. Overal tussendoor scharrelen de huisdieren. Is het gebruikelijk dat een woning vensters en deuren heeft die gericht zijn op de buitenwereld, hier is het zo dat men de binnenwereld van een familie betreedt door een opening die meer weg heeft van een luik dan van een deur en vervolgens is er maar één groot venster en dat is georiënteerd op de hemel: de lichtopening van de patio.
Zoals alle stervelingen tracht de afrikaan de gegevenheden van het aardse te verzoenen met het mysterie van het leven. Het begrip “ik” heeft in het traditionele leven op het Afrikaanse platteland weinig inhoud, het “wij” zegt alles.
Het is de familie die een identiteit heeft, niet een individuele persoon. De ronde, naar binnen gekeerde woning huisvest een microkosmos: dat “wij” en zijn identiteit. Tegelijkertijd staat dat huis als een pool in de buitenwereld die met anderen wordt gedeeld. Hoe verder van huis, hoe vreemder men is. Dat alles is nog niet zo bijzonder, overal zijn wel vergelijkbare woonsituaties te vinden. Het unieke schuilt in de combinatie van de gesloten woning met de ronde patio. De geometrie van het geheel heeft een te treffende gelijkenis met vitale delen van het menselijk lichaam om op toeval te berusten. De concentrische cirkels van het bouwplan verwijzen op de eerste plaats naar het oog met pupil en naar de voedende borst met tepel. Maar men kan ook denken aan de mond, de vagina, het oor. Opvallend is de tweeledigheid van geven en nemen, van zenden en ontvangen die in deze organen besloten ligt. Die krachtige symboliek maakt het aannemelijk dat de patio meer is dan een functionele lichtkoker en, zonder veel poespas overigens, tevens fungeert als een middel om zich te verstaan met de goden, het bovennatuurlijke of hoe men dat ook wil benoemen.
Ronde bouwvormen zijn praktisch overal ter wereld te vinden, binnenplaatsen en patio’s ook. Zelden echter zijn het wortelen in het aardse en het openstaan voor het universum en het hemelse zo eenvoudig, zo doeltreffend en zo innig met elkaar verbonden als in dit concept. Dat maakt studie en documenterend onderzoek tot een urgentie nu deze woningen in gestaag tempo verdwijnen.
Theo Snijders
2010
Artikelen waar in de tekst naar wordt verwezen:
De liefhebbers van Google Earth worden er op gewezen dat de foto’s van zowel het eiland Pecixe als de omgeving van Quinhamel op het nabije vasteland van uitstekende kwaliteit zijn. De patiowoningen zijn daarop heel goed te onderscheiden.